Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

ritselen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: ritselen
Synoniemen: knisperen, organiseren, ruisen

DE: ritselen (knisperen): rascheln, knistern
EN: ritselen (knisperen): rustle
FR: ritselen (knisperen): gazouiller, frémir, grouiller, crépiter, susurrer, crisser, grésiller, bruire, se froisser, froufrouter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geritseld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik ritsel
jij ritselt
hij ritselt
wij ritselen
jullie ritselen
zij ritselen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geritseld
jij hebt geritseld
hij heeft geritseld
wij hebben geritseld
jullie hebben geritseld
zij hebben geritseld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik ritselde
jij ritselde
hij ritselde
wij ritselden
jullie ritselden
zij ritselden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geritseld
jij had geritseld
hij had geritseld
wij hadden geritseld
jullie hadden geritseld
zij hadden geritseld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal ritselen
jij zult ritselen
hij zal ritselen
wij zullen ritselen
jullie zullen ritselen
zij zullen ritselen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geritseld hebben
jij zult geritseld hebben
hij zal geritseld hebben
wij zullen geritseld hebben
jullie zullen geritseld hebben
zij zullen geritseld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou ritselen
jij zou ritselen
hij zou ritselen
wij zouden ritselen
jullie zouden ritselen
zij zouden ritselen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geritseld hebben
jij zou geritseld hebben
hij zou geritseld hebben
wij zouden geritseld hebben
jullie zouden geritseld hebben
zij zouden geritseld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
ritsel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/ritselen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English