NL: ringelorenSynoniemen: intimideren, tiranniseren
EN: bully, browbeat, bullyrag
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geringeloord
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ringeloor jij ringeloort hij ringeloort wij ringeloren jullie ringeloren zij ringeloren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geringeloord jij hebt geringeloord hij heeft geringeloord wij hebben geringeloord jullie hebben geringeloord zij hebben geringeloord
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ringeloorde jij ringeloorde hij ringeloorde wij ringeloorden jullie ringeloorden zij ringeloorden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geringeloord jij had geringeloord hij had geringeloord wij hadden geringeloord jullie hadden geringeloord zij hadden geringeloord
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ringeloren jij zult ringeloren hij zal ringeloren wij zullen ringeloren jullie zullen ringeloren zij zullen ringeloren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geringeloord hebben jij zult geringeloord hebben hij zal geringeloord hebben wij zullen geringeloord hebben jullie zullen geringeloord hebben zij zullen geringeloord hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ringeloren jij zou ringeloren hij zou ringeloren wij zouden ringeloren jullie zouden ringeloren zij zouden ringeloren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geringeloord hebben jij zou geringeloord hebben hij zou geringeloord hebben wij zouden geringeloord hebben jullie zouden geringeloord hebben zij zouden geringeloord hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ringeloor
|