NL: rijpenSynoniemen: groeien, rijp worden, rijpingsproces, opleveren
DE: rijpen (rijp worden): reifen
EN: rijpen (rijp worden): ripen, mature, age
ES: rijpen (rijp worden): madurar, sazonar
FR: rijpen (rijp worden): mûrir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerijpt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik rijp jij rijpt hij rijpt wij rijpen jullie rijpen zij rijpen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben gerijpt jij bent gerijpt hij is gerijpt wij zijn gerijpt jullie zijn gerijpt zij zijn gerijpt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik rijpte jij rijpte hij rijpte wij rijpten jullie rijpten zij rijpten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was gerijpt jij was gerijpt hij was gerijpt wij waren gerijpt jullie waren gerijpt zij waren gerijpt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal rijpen jij zult rijpen hij zal rijpen wij zullen rijpen jullie zullen rijpen zij zullen rijpen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerijpt zijn jij zult gerijpt zijn hij zal gerijpt zijn wij zullen gerijpt zijn jullie zullen gerijpt zijn zij zullen gerijpt zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou rijpen jij zou rijpen hij zou rijpen wij zouden rijpen jullie zouden rijpen zij zouden rijpen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerijpt zijn jij zou gerijpt zijn hij zou gerijpt zijn wij zouden gerijpt zijn jullie zouden gerijpt zijn zij zouden gerijpt zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
rijp
|