NL: revolterenSynoniemen: opstaan
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerevolteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik revolteer jij revolteert hij revolteert wij revolteren jullie revolteren zij revolteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerevolteerd jij hebt gerevolteerd hij heeft gerevolteerd wij hebben gerevolteerd jullie hebben gerevolteerd zij hebben gerevolteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik revolteerde jij revolteerde hij revolteerde wij revolteerden jullie revolteerden zij revolteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerevolteerd jij had gerevolteerd hij had gerevolteerd wij hadden gerevolteerd jullie hadden gerevolteerd zij hadden gerevolteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal revolteren jij zult revolteren hij zal revolteren wij zullen revolteren jullie zullen revolteren zij zullen revolteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerevolteerd hebben jij zult gerevolteerd hebben hij zal gerevolteerd hebben wij zullen gerevolteerd hebben jullie zullen gerevolteerd hebben zij zullen gerevolteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou revolteren jij zou revolteren hij zou revolteren wij zouden revolteren jullie zouden revolteren zij zouden revolteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerevolteerd hebben jij zou gerevolteerd hebben hij zou gerevolteerd hebben wij zouden gerevolteerd hebben jullie zouden gerevolteerd hebben zij zouden gerevolteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
revolteer
|