NL: retournerenSynoniemen: terugbrengen, teruggeven, terugkeren, terugzenden, terugwijzen, terugsturen, terugbezorgen, heruitzenden, terugkomen, omkeren
DE: zürückschicken
EN: return
ES: devolver, restituir, reenviar
FR: rendre, retourner, ramener, renvoyer, remettre, annuler, restituer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geretourneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik retourneer jij retourneert hij retourneert wij retourneren jullie retourneren zij retourneren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geretourneerd jij hebt geretourneerd hij heeft geretourneerd wij hebben geretourneerd jullie hebben geretourneerd zij hebben geretourneerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik retourneerde jij retourneerde hij retourneerde wij retourneerden jullie retourneerden zij retourneerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geretourneerd jij had geretourneerd hij had geretourneerd wij hadden geretourneerd jullie hadden geretourneerd zij hadden geretourneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal retourneren jij zult retourneren hij zal retourneren wij zullen retourneren jullie zullen retourneren zij zullen retourneren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geretourneerd hebben jij zult geretourneerd hebben hij zal geretourneerd hebben wij zullen geretourneerd hebben jullie zullen geretourneerd hebben zij zullen geretourneerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou retourneren jij zou retourneren hij zou retourneren wij zouden retourneren jullie zouden retourneren zij zouden retourneren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geretourneerd hebben jij zou geretourneerd hebben hij zou geretourneerd hebben wij zouden geretourneerd hebben jullie zouden geretourneerd hebben zij zouden geretourneerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
retourneer
|