NL: retailen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geretaild
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik retail jij retailt hij retailt wij retailen jullie retailen zij retailen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geretaild jij hebt geretaild hij heeft geretaild wij hebben geretaild jullie hebben geretaild zij hebben geretaild
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik retailde jij retailde hij retailde wij retailden jullie retailden zij retailden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geretaild jij had geretaild hij had geretaild wij hadden geretaild jullie hadden geretaild zij hadden geretaild
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal retailen jij zult retailen hij zal retailen wij zullen retailen jullie zullen retailen zij zullen retailen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geretaild hebben jij zult geretaild hebben hij zal geretaild hebben wij zullen geretaild hebben jullie zullen geretaild hebben zij zullen geretaild hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou retailen jij zou retailen hij zou retailen wij zouden retailen jullie zouden retailen zij zouden retailen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geretaild hebben jij zou geretaild hebben hij zou geretaild hebben wij zouden geretaild hebben jullie zouden geretaild hebben zij zouden geretaild hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
retail
|