Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

resulteren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: resulteren
Synoniemen: uitkomen, uitlopen, uitmonden, voortvloeien, resultaat, voortspruiten, voortkomen, volgen

DE: führen, erfolgen, folgern, fließen, folgen, hervorgehen, auslaufen, auswirken, gipfeln, erstehen, münden, zur Folge haben, kulminieren, sichergeben
EN: culminate, result in, lead to, end in
FR: résulter, aboutir à, atteindre, culminer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geresulteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik resulteer
jij resulteert
hij resulteert
wij resulteren
jullie resulteren
zij resulteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geresulteerd
jij hebt geresulteerd
hij heeft geresulteerd
wij hebben geresulteerd
jullie hebben geresulteerd
zij hebben geresulteerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik resulteerde
jij resulteerde
hij resulteerde
wij resulteerden
jullie resulteerden
zij resulteerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geresulteerd
jij had geresulteerd
hij had geresulteerd
wij hadden geresulteerd
jullie hadden geresulteerd
zij hadden geresulteerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal resulteren
jij zult resulteren
hij zal resulteren
wij zullen resulteren
jullie zullen resulteren
zij zullen resulteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geresulteerd hebben
jij zult geresulteerd hebben
hij zal geresulteerd hebben
wij zullen geresulteerd hebben
jullie zullen geresulteerd hebben
zij zullen geresulteerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou resulteren
jij zou resulteren
hij zou resulteren
wij zouden resulteren
jullie zouden resulteren
zij zouden resulteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geresulteerd hebben
jij zou geresulteerd hebben
hij zou geresulteerd hebben
wij zouden geresulteerd hebben
jullie zouden geresulteerd hebben
zij zouden geresulteerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
resulteer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/resulteren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English