NL: resocialiseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geresocialiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik resocialiseer jij resocialiseert hij resocialiseert wij resocialiseren jullie resocialiseren zij resocialiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geresocialiseerd jij hebt geresocialiseerd hij heeft geresocialiseerd wij hebben geresocialiseerd jullie hebben geresocialiseerd zij hebben geresocialiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik resocialiseerde jij resocialiseerde hij resocialiseerde wij resocialiseerden jullie resocialiseerden zij resocialiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geresocialiseerd jij had geresocialiseerd hij had geresocialiseerd wij hadden geresocialiseerd jullie hadden geresocialiseerd zij hadden geresocialiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal resocialiseren jij zult resocialiseren hij zal resocialiseren wij zullen resocialiseren jullie zullen resocialiseren zij zullen resocialiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geresocialiseerd hebben jij zult geresocialiseerd hebben hij zal geresocialiseerd hebben wij zullen geresocialiseerd hebben jullie zullen geresocialiseerd hebben zij zullen geresocialiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou resocialiseren jij zou resocialiseren hij zou resocialiseren wij zouden resocialiseren jullie zouden resocialiseren zij zouden resocialiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geresocialiseerd hebben jij zou geresocialiseerd hebben hij zou geresocialiseerd hebben wij zouden geresocialiseerd hebben jullie zouden geresocialiseerd hebben zij zouden geresocialiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
resocialiseer
|