NL: researchen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geresearcht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik research jij researcht hij researcht wij researchen jullie researchen zij researchen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geresearcht jij hebt geresearcht hij heeft geresearcht wij hebben geresearcht jullie hebben geresearcht zij hebben geresearcht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik researchte jij researchte hij researchte wij researchten jullie researchten zij researchten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geresearcht jij had geresearcht hij had geresearcht wij hadden geresearcht jullie hadden geresearcht zij hadden geresearcht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal researchen jij zult researchen hij zal researchen wij zullen researchen jullie zullen researchen zij zullen researchen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geresearcht hebben jij zult geresearcht hebben hij zal geresearcht hebben wij zullen geresearcht hebben jullie zullen geresearcht hebben zij zullen geresearcht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou researchen jij zou researchen hij zou researchen wij zouden researchen jullie zouden researchen zij zouden researchen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geresearcht hebben jij zou geresearcht hebben hij zou geresearcht hebben wij zouden geresearcht hebben jullie zouden geresearcht hebben zij zouden geresearcht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
research
|