NL: replyen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gereplyd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik reply jij replyt hij replyt wij replyen jullie replyen zij replyen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gereplyd jij hebt gereplyd hij heeft gereplyd wij hebben gereplyd jullie hebben gereplyd zij hebben gereplyd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik replyde jij replyde hij replyde wij replyden jullie replyden zij replyden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gereplyd jij had gereplyd hij had gereplyd wij hadden gereplyd jullie hadden gereplyd zij hadden gereplyd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal replyen jij zult replyen hij zal replyen wij zullen replyen jullie zullen replyen zij zullen replyen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gereplyd hebben jij zult gereplyd hebben hij zal gereplyd hebben wij zullen gereplyd hebben jullie zullen gereplyd hebben zij zullen gereplyd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou replyen jij zou replyen hij zou replyen wij zouden replyen jullie zouden replyen zij zouden replyen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gereplyd hebben jij zou gereplyd hebben hij zou gereplyd hebben wij zouden gereplyd hebben jullie zouden gereplyd hebben zij zouden gereplyd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
reply
|