Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

relateren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: relateren
DE: beziehen, inBeziehungbringen
EN: relate, connect
ES: relacionar con

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gerelateerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik relateer
jij relateert
hij relateert
wij relateren
jullie relateren
zij relateren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gerelateerd
jij hebt gerelateerd
hij heeft gerelateerd
wij hebben gerelateerd
jullie hebben gerelateerd
zij hebben gerelateerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik relateerde
jij relateerde
hij relateerde
wij relateerden
jullie relateerden
zij relateerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gerelateerd
jij had gerelateerd
hij had gerelateerd
wij hadden gerelateerd
jullie hadden gerelateerd
zij hadden gerelateerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal relateren
jij zult relateren
hij zal relateren
wij zullen relateren
jullie zullen relateren
zij zullen relateren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gerelateerd hebben
jij zult gerelateerd hebben
hij zal gerelateerd hebben
wij zullen gerelateerd hebben
jullie zullen gerelateerd hebben
zij zullen gerelateerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou relateren
jij zou relateren
hij zou relateren
wij zouden relateren
jullie zouden relateren
zij zouden relateren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gerelateerd hebben
jij zou gerelateerd hebben
hij zou gerelateerd hebben
wij zouden gerelateerd hebben
jullie zouden gerelateerd hebben
zij zouden gerelateerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
relateer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/relateren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English