NL: relaterenDE: beziehen, inBeziehungbringen
EN: relate, connect
ES: relacionar con
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerelateerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik relateer jij relateert hij relateert wij relateren jullie relateren zij relateren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerelateerd jij hebt gerelateerd hij heeft gerelateerd wij hebben gerelateerd jullie hebben gerelateerd zij hebben gerelateerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik relateerde jij relateerde hij relateerde wij relateerden jullie relateerden zij relateerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerelateerd jij had gerelateerd hij had gerelateerd wij hadden gerelateerd jullie hadden gerelateerd zij hadden gerelateerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal relateren jij zult relateren hij zal relateren wij zullen relateren jullie zullen relateren zij zullen relateren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerelateerd hebben jij zult gerelateerd hebben hij zal gerelateerd hebben wij zullen gerelateerd hebben jullie zullen gerelateerd hebben zij zullen gerelateerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou relateren jij zou relateren hij zou relateren wij zouden relateren jullie zouden relateren zij zouden relateren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerelateerd hebben jij zou gerelateerd hebben hij zou gerelateerd hebben wij zouden gerelateerd hebben jullie zouden gerelateerd hebben zij zouden gerelateerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
relateer
|