NL: reglementerenDE: einrichten, regeln, einteilen, einordnen, regulieren, reglementieren
EN: regulate
ES: reglamentar
FR: réglementer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gereglementeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik reglementeer jij reglementeert hij reglementeert wij reglementeren jullie reglementeren zij reglementeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gereglementeerd jij hebt gereglementeerd hij heeft gereglementeerd wij hebben gereglementeerd jullie hebben gereglementeerd zij hebben gereglementeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik reglementeerde jij reglementeerde hij reglementeerde wij reglementeerden jullie reglementeerden zij reglementeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gereglementeerd jij had gereglementeerd hij had gereglementeerd wij hadden gereglementeerd jullie hadden gereglementeerd zij hadden gereglementeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal reglementeren jij zult reglementeren hij zal reglementeren wij zullen reglementeren jullie zullen reglementeren zij zullen reglementeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gereglementeerd hebben jij zult gereglementeerd hebben hij zal gereglementeerd hebben wij zullen gereglementeerd hebben jullie zullen gereglementeerd hebben zij zullen gereglementeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou reglementeren jij zou reglementeren hij zou reglementeren wij zouden reglementeren jullie zouden reglementeren zij zouden reglementeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gereglementeerd hebben jij zou gereglementeerd hebben hij zou gereglementeerd hebben wij zouden gereglementeerd hebben jullie zouden gereglementeerd hebben zij zouden gereglementeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
reglementeer
|