Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

reflecteren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: reflecteren
Synoniemen: beschouwen, terugkaatsen, weerspiegelen, weerkaatsen, terugstoten, stuiten, echoën

DE: reflecteren (weerspiegelen): reflektieren, widerspiegeln, spiegeln
EN: reflecteren (weerspiegelen): reflect, be reflected, cast back, mirror
ES: reflecteren (weerspiegelen): reflejar, reflejarse, reflectar
FR: reflecteren (weerspiegelen): refléter, réfléchir, miroiter, se réverbérer, renvoyer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gereflecteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik reflecteer
jij reflecteert
hij reflecteert
wij reflecteren
jullie reflecteren
zij reflecteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gereflecteerd
jij hebt gereflecteerd
hij heeft gereflecteerd
wij hebben gereflecteerd
jullie hebben gereflecteerd
zij hebben gereflecteerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik reflecteerde
jij reflecteerde
hij reflecteerde
wij reflecteerden
jullie reflecteerden
zij reflecteerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gereflecteerd
jij had gereflecteerd
hij had gereflecteerd
wij hadden gereflecteerd
jullie hadden gereflecteerd
zij hadden gereflecteerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal reflecteren
jij zult reflecteren
hij zal reflecteren
wij zullen reflecteren
jullie zullen reflecteren
zij zullen reflecteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gereflecteerd hebben
jij zult gereflecteerd hebben
hij zal gereflecteerd hebben
wij zullen gereflecteerd hebben
jullie zullen gereflecteerd hebben
zij zullen gereflecteerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou reflecteren
jij zou reflecteren
hij zou reflecteren
wij zouden reflecteren
jullie zouden reflecteren
zij zouden reflecteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gereflecteerd hebben
jij zou gereflecteerd hebben
hij zou gereflecteerd hebben
wij zouden gereflecteerd hebben
jullie zouden gereflecteerd hebben
zij zouden gereflecteerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
reflecteer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/reflecteren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English