NL: refererenSynoniemen: verwijzen
DE: referieren, verweisen, sichbeziehen
EN: refer
ES: referirse, aludir a
FR: se référer à, se rapporter à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerefereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik refereer jij refereert hij refereert wij refereren jullie refereren zij refereren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerefereerd jij hebt gerefereerd hij heeft gerefereerd wij hebben gerefereerd jullie hebben gerefereerd zij hebben gerefereerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik refereerde jij refereerde hij refereerde wij refereerden jullie refereerden zij refereerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerefereerd jij had gerefereerd hij had gerefereerd wij hadden gerefereerd jullie hadden gerefereerd zij hadden gerefereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal refereren jij zult refereren hij zal refereren wij zullen refereren jullie zullen refereren zij zullen refereren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerefereerd hebben jij zult gerefereerd hebben hij zal gerefereerd hebben wij zullen gerefereerd hebben jullie zullen gerefereerd hebben zij zullen gerefereerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou refereren jij zou refereren hij zou refereren wij zouden refereren jullie zouden refereren zij zouden refereren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerefereerd hebben jij zou gerefereerd hebben hij zou gerefereerd hebben wij zouden gerefereerd hebben jullie zouden gerefereerd hebben zij zouden gerefereerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
refereer
|