NL: reducerenSynoniemen: afprijzen, beperken, herleiden, terugbrengen, verminderen, inkrimping, verlagen, slinken, minworden, minderen, inperken, inkrimpen, afnemen, verkorten, krimpen
DE: die Einschränkung, die Einsparung, die Beschneidung, die Verminderung
EN: the reduction
ES: la reducción, la restricción
FR: la réduction, la diminution, la économie, la réduction de dépenses
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gereduceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik reduceer jij reduceert hij reduceert wij reduceren jullie reduceren zij reduceren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gereduceerd jij hebt gereduceerd hij heeft gereduceerd wij hebben gereduceerd jullie hebben gereduceerd zij hebben gereduceerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik reduceerde jij reduceerde hij reduceerde wij reduceerden jullie reduceerden zij reduceerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gereduceerd jij had gereduceerd hij had gereduceerd wij hadden gereduceerd jullie hadden gereduceerd zij hadden gereduceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal reduceren jij zult reduceren hij zal reduceren wij zullen reduceren jullie zullen reduceren zij zullen reduceren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gereduceerd hebben jij zult gereduceerd hebben hij zal gereduceerd hebben wij zullen gereduceerd hebben jullie zullen gereduceerd hebben zij zullen gereduceerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou reduceren jij zou reduceren hij zou reduceren wij zouden reduceren jullie zouden reduceren zij zouden reduceren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gereduceerd hebben jij zou gereduceerd hebben hij zou gereduceerd hebben wij zouden gereduceerd hebben jullie zouden gereduceerd hebben zij zouden gereduceerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
reduceer
|