NL: reddenEN: blush, colour, glow, go red,
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gered
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik red jij redt hij redt wij redden jullie redden zij redden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gered jij hebt gered hij heeft gered wij hebben gered jullie hebben gered zij hebben gered
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik redde jij redde hij redde wij redden jullie redden zij redden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gered jij had gered hij had gered wij hadden gered jullie hadden gered zij hadden gered
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal redden jij zult redden hij zal redden wij zullen redden jullie zullen redden zij zullen redden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gered hebben jij zult gered hebben hij zal gered hebben wij zullen gered hebben jullie zullen gered hebben zij zullen gered hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou redden jij zou redden hij zou redden wij zouden redden jullie zouden redden zij zouden redden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gered hebben jij zou gered hebben hij zou gered hebben wij zouden gered hebben jullie zouden gered hebben zij zouden gered hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
red
|
EN: to reddenSynoniemen: blush, colour, glow, go red,
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
reddening
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I redden you redden he reddens we redden you redden they redden
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have reddened you have reddened he has reddened we have reddened you have reddened they have reddened
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I reddened you reddened he reddened we reddened you reddened they reddened
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had reddened you had reddened he had reddened we had reddened you had reddened they had reddened
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will redden you will redden he will redden we will redden you will redden they will redden
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have reddened you will have reddened he will have reddened we will have reddened you will have reddened they will have reddened
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would redden you would redden he would redden we would redden you would redden they would redden
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have reddened you would have reddened he would have reddened we would have reddened you would have reddened they would have reddened
|