NL: reciterenSynoniemen: opzeggen, voordragen
DE: vortragen, rezitieren
EN: declaim, recite, orate
ES: declamar, recitar, orar, pronunciar un discurso
FR: réciter, déclamer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gereciteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik reciteer jij reciteert hij reciteert wij reciteren jullie reciteren zij reciteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gereciteerd jij hebt gereciteerd hij heeft gereciteerd wij hebben gereciteerd jullie hebben gereciteerd zij hebben gereciteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik reciteerde jij reciteerde hij reciteerde wij reciteerden jullie reciteerden zij reciteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gereciteerd jij had gereciteerd hij had gereciteerd wij hadden gereciteerd jullie hadden gereciteerd zij hadden gereciteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal reciteren jij zult reciteren hij zal reciteren wij zullen reciteren jullie zullen reciteren zij zullen reciteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gereciteerd hebben jij zult gereciteerd hebben hij zal gereciteerd hebben wij zullen gereciteerd hebben jullie zullen gereciteerd hebben zij zullen gereciteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou reciteren jij zou reciteren hij zou reciteren wij zouden reciteren jullie zouden reciteren zij zouden reciteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gereciteerd hebben jij zou gereciteerd hebben hij zou gereciteerd hebben wij zouden gereciteerd hebben jullie zouden gereciteerd hebben zij zouden gereciteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
reciteer
|