Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

rechtzetten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: rechtzetten
Synoniemen: corrigeren, goedmaken, rechtop zetten, rectificeren, repareren, rechtstrijken, maken, herstellen, fiksen

DE: rechtzetten (rectificeren): korrigieren, rektifizieren, berichtigen, richtigstellen
EN: rechtzetten (rectificeren): rectify, put right, set right
FR: rechtzetten (rectificeren): rectifier, corriger

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
rechtgezet
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zet recht
jij zet recht
hij zet recht
wij zetten recht
jullie zetten recht
zij zetten recht
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb rechtgezet
jij hebt rechtgezet
hij heeft rechtgezet
wij hebben rechtgezet
jullie hebben rechtgezet
zij hebben rechtgezet
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zette recht
jij zette recht
hij zette recht
wij zetten recht
jullie zetten recht
zij zetten recht
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had rechtgezet
jij had rechtgezet
hij had rechtgezet
wij hadden rechtgezet
jullie hadden rechtgezet
zij hadden rechtgezet
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal rechtzetten
jij zult rechtzetten
hij zal rechtzetten
wij zullen rechtzetten
jullie zullen rechtzetten
zij zullen rechtzetten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal rechtgezet hebben
jij zult rechtgezet hebben
hij zal rechtgezet hebben
wij zullen rechtgezet hebben
jullie zullen rechtgezet hebben
zij zullen rechtgezet hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou rechtzetten
jij zou rechtzetten
hij zou rechtzetten
wij zouden rechtzetten
jullie zouden rechtzetten
zij zouden rechtzetten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou rechtgezet hebben
jij zou rechtgezet hebben
hij zou rechtgezet hebben
wij zouden rechtgezet hebben
jullie zouden rechtgezet hebben
zij zouden rechtgezet hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zet recht

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/rechtzetten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English