NL: rechtenSynoniemen: verschuldigde, tarief, kosten, betamelijkheid, betamelijke
EN: the law
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerecht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik recht jij recht hij recht wij rechten jullie rechten zij rechten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerecht jij hebt gerecht hij heeft gerecht wij hebben gerecht jullie hebben gerecht zij hebben gerecht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik rechtte jij rechtte hij rechtte wij rechtten jullie rechtten zij rechtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerecht jij had gerecht hij had gerecht wij hadden gerecht jullie hadden gerecht zij hadden gerecht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal rechten jij zult rechten hij zal rechten wij zullen rechten jullie zullen rechten zij zullen rechten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerecht hebben jij zult gerecht hebben hij zal gerecht hebben wij zullen gerecht hebben jullie zullen gerecht hebben zij zullen gerecht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou rechten jij zou rechten hij zou rechten wij zouden rechten jullie zouden rechten zij zouden rechten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerecht hebben jij zou gerecht hebben hij zou gerecht hebben wij zouden gerecht hebben jullie zouden gerecht hebben zij zouden gerecht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
recht
|