EN: to recapitulateSynoniemen: go over, reiterate, repeat, review, run through, sum up, summarize
NL: recapituleren, samenvatten, kort samenvatten
DE: zusammenfassen
ES: resumir, abreviar, sintetizar, recapitular, compendiar
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
recapitulating
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I recapitulate you recapitulate he recapitulates we recapitulate you recapitulate they recapitulate
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have recapitulated you have recapitulated he has recapitulated we have recapitulated you have recapitulated they have recapitulated
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I recapitulated you recapitulated he recapitulated we recapitulated you recapitulated they recapitulated
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had recapitulated you had recapitulated he had recapitulated we had recapitulated you had recapitulated they had recapitulated
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will recapitulate you will recapitulate he will recapitulate we will recapitulate you will recapitulate they will recapitulate
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have recapitulated you will have recapitulated he will have recapitulated we will have recapitulated you will have recapitulated they will have recapitulated
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would recapitulate you would recapitulate he would recapitulate we would recapitulate you would recapitulate they would recapitulate
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have recapitulated you would have recapitulated he would have recapitulated we would have recapitulated you would have recapitulated they would have recapitulated
|