NL: rebellerenSynoniemen: muiten, opstaan
DE: erheben, rebellieren, sich auf lehnen, empören, auflehnen, aufmucken, aufmucksen
EN: revolt, rebel, stand up, mutiny
ES: sublevarse, rebelarse
FR: se révolter, se rebeller, s'insurger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerebelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik rebelleer jij rebelleert hij rebelleert wij rebelleren jullie rebelleren zij rebelleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerebelleerd jij hebt gerebelleerd hij heeft gerebelleerd wij hebben gerebelleerd jullie hebben gerebelleerd zij hebben gerebelleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik rebelleerde jij rebelleerde hij rebelleerde wij rebelleerden jullie rebelleerden zij rebelleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerebelleerd jij had gerebelleerd hij had gerebelleerd wij hadden gerebelleerd jullie hadden gerebelleerd zij hadden gerebelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal rebelleren jij zult rebelleren hij zal rebelleren wij zullen rebelleren jullie zullen rebelleren zij zullen rebelleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerebelleerd hebben jij zult gerebelleerd hebben hij zal gerebelleerd hebben wij zullen gerebelleerd hebben jullie zullen gerebelleerd hebben zij zullen gerebelleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou rebelleren jij zou rebelleren hij zou rebelleren wij zouden rebelleren jullie zouden rebelleren zij zouden rebelleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerebelleerd hebben jij zou gerebelleerd hebben hij zou gerebelleerd hebben wij zouden gerebelleerd hebben jullie zouden gerebelleerd hebben zij zouden gerebelleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
rebelleer
|