NL: reassureren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gereassureerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik reassureer jij reassureert hij reassureert wij reassureren jullie reassureren zij reassureren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gereassureerd jij hebt gereassureerd hij heeft gereassureerd wij hebben gereassureerd jullie hebben gereassureerd zij hebben gereassureerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik reassureerde jij reassureerde hij reassureerde wij reassureerden jullie reassureerden zij reassureerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gereassureerd jij had gereassureerd hij had gereassureerd wij hadden gereassureerd jullie hadden gereassureerd zij hadden gereassureerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal reassureren jij zult reassureren hij zal reassureren wij zullen reassureren jullie zullen reassureren zij zullen reassureren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gereassureerd hebben jij zult gereassureerd hebben hij zal gereassureerd hebben wij zullen gereassureerd hebben jullie zullen gereassureerd hebben zij zullen gereassureerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou reassureren jij zou reassureren hij zou reassureren wij zouden reassureren jullie zouden reassureren zij zouden reassureren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gereassureerd hebben jij zou gereassureerd hebben hij zou gereassureerd hebben wij zouden gereassureerd hebben jullie zouden gereassureerd hebben zij zouden gereassureerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
reassureer
|