NL: realiserenSynoniemen: beseffen, bewerkstelligen, ontplooien, verwerkelijken, verwezenlijken, onderkennen, inzien, doorzien
DE: realiseren (beseffen): realisieren, einsehen, fassen, verstehen, erkennen, begreifen, kapieren, durchschauen
EN: realiseren (beseffen): realize, contain, grasp, get to know, hold
ES: realiseren (beseffen): comprender, darse cuenta de, reconocer, entender, concebir, distinguir, calar
FR: realiseren (beseffen): concevoir, se rendre compte, entendre, percevoir, reconnaître, saisir, percer, voir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerealiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik realiseer jij realiseert hij realiseert wij realiseren jullie realiseren zij realiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerealiseerd jij hebt gerealiseerd hij heeft gerealiseerd wij hebben gerealiseerd jullie hebben gerealiseerd zij hebben gerealiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik realiseerde jij realiseerde hij realiseerde wij realiseerden jullie realiseerden zij realiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerealiseerd jij had gerealiseerd hij had gerealiseerd wij hadden gerealiseerd jullie hadden gerealiseerd zij hadden gerealiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal realiseren jij zult realiseren hij zal realiseren wij zullen realiseren jullie zullen realiseren zij zullen realiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerealiseerd hebben jij zult gerealiseerd hebben hij zal gerealiseerd hebben wij zullen gerealiseerd hebben jullie zullen gerealiseerd hebben zij zullen gerealiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou realiseren jij zou realiseren hij zou realiseren wij zouden realiseren jullie zouden realiseren zij zouden realiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerealiseerd hebben jij zou gerealiseerd hebben hij zou gerealiseerd hebben wij zouden gerealiseerd hebben jullie zouden gerealiseerd hebben zij zouden gerealiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
realiseer
|