FR: ratifierNL: certificeren, bekrachtigen, waarmerken, merken, bestempelen
| Participe Passé |
|
ratifié
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je ratifie tu ratifies il; elle ratifie nous ratifions vous ratifiez ils; elles ratifient
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai ratifié tu as ratifié il; elle a ratifié nous avons ratifié vous avez ratifié ils; elles ont ratifié
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je ratifiais tu ratifiais il; elle ratifiait nous ratifiions vous ratifiiez ils; elles ratifiaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais ratifié tu avais ratifié il; elle avait ratifié nous avions ratifié vous aviez ratifié ils; elles avaient ratifié
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je ratifiai tu ratifias il; elle ratifia nous ratifiâmes vous ratifiâtes ils; elles ratifièrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus ratifié tu eus ratifié il; elle eut ratifié nous eûmes ratifié vous eûtes ratifié ils; elles eurent ratifié
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je ratifierai tu ratifieras il; elle ratifiera nous ratifierons vous ratifierez ils; elles ratifieront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai ratifié tu auras ratifié il; elle aura ratifié nous aurons ratifié vous aurez ratifié ils; elles auront ratifié
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je ratifie tu ratifies il; elle ratifie nous ratifiions vous ratifiiez ils; elles ratifient
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie ratifié tu aies ratifié il; elle ait ratifié nous ayons ratifié vous ayez ratifié ils; elles aient ratifié
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je ratifiasse tu ratifiasses il; elle ratifiât nous ratifiassions vous ratifiassiez ils; elles ratifiassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse ratifié tu eusses ratifié il; elle eût ratifié nous eussions ratifié vous eussiez ratifié ils; elles eussent ratifié
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je ratifierais tu ratifierais il; elle ratifierait nous ratifierions vous ratifieriez ils; elles ratifieraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais ratifié tu aurais ratifié il; elle aurait ratifié nous aurions ratifié vous auriez ratifié ils; elles auraient ratifié
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) ratifie, (nous) ratifions (vous) ratifiez
|