NL: ratificerenSynoniemen: bekrachtigen
EN: ratify, validate, sanction
ES: aprobar, acreditar, ratificar, autorizar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geratificeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ratificeer jij ratificeert hij ratificeert wij ratificeren jullie ratificeren zij ratificeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geratificeerd jij hebt geratificeerd hij heeft geratificeerd wij hebben geratificeerd jullie hebben geratificeerd zij hebben geratificeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ratificeerde jij ratificeerde hij ratificeerde wij ratificeerden jullie ratificeerden zij ratificeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geratificeerd jij had geratificeerd hij had geratificeerd wij hadden geratificeerd jullie hadden geratificeerd zij hadden geratificeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ratificeren jij zult ratificeren hij zal ratificeren wij zullen ratificeren jullie zullen ratificeren zij zullen ratificeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geratificeerd hebben jij zult geratificeerd hebben hij zal geratificeerd hebben wij zullen geratificeerd hebben jullie zullen geratificeerd hebben zij zullen geratificeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ratificeren jij zou ratificeren hij zou ratificeren wij zouden ratificeren jullie zouden ratificeren zij zouden ratificeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geratificeerd hebben jij zou geratificeerd hebben hij zou geratificeerd hebben wij zouden geratificeerd hebben jullie zouden geratificeerd hebben zij zouden geratificeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ratificeer
|