FR: raterSynoniemen: faillir, gâcher, laisser, louper, perdre, échouer
NL: rater (ne pas obtenir quelque chose): missen, mislopen, iets mislopen
EN: rater (ne pas obtenir quelque chose): miss, overlook
| Participe Passé |
|
raté
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je rate tu rates il; elle rate nous ratons vous ratez ils; elles ratent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai raté tu as raté il; elle a raté nous avons raté vous avez raté ils; elles ont raté
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je ratais tu ratais il; elle ratait nous rations vous ratiez ils; elles rataient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais raté tu avais raté il; elle avait raté nous avions raté vous aviez raté ils; elles avaient raté
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je ratai tu ratas il; elle rata nous ratâmes vous ratâtes ils; elles ratèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus raté tu eus raté il; elle eut raté nous eûmes raté vous eûtes raté ils; elles eurent raté
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je raterai tu rateras il; elle ratera nous raterons vous raterez ils; elles rateront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai raté tu auras raté il; elle aura raté nous aurons raté vous aurez raté ils; elles auront raté
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je rate tu rates il; elle rate nous rations vous ratiez ils; elles ratent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie raté tu aies raté il; elle ait raté nous ayons raté vous ayez raté ils; elles aient raté
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je ratasse tu ratasses il; elle ratât nous ratassions vous ratassiez ils; elles ratassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse raté tu eusses raté il; elle eût raté nous eussions raté vous eussiez raté ils; elles eussent raté
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je raterais tu raterais il; elle raterait nous raterions vous rateriez ils; elles rateraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais raté tu aurais raté il; elle aurait raté nous aurions raté vous auriez raté ils; elles auraient raté
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) rate, (nous) ratons (vous) ratez
|