Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

raspen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: raspen
Synoniemen: fijnwrijven, krassen, schaven, schuren, vijlen

DE: reiben, raspeln
EN: grate, plane, smooth
ES: raspar, rallar
FR: râper, frotter, raboter, craquer, grincer, piquer, crisser, racler, irriter, polir, croasser

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geraspt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik rasp
jij raspt
hij raspt
wij raspen
jullie raspen
zij raspen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geraspt
jij hebt geraspt
hij heeft geraspt
wij hebben geraspt
jullie hebben geraspt
zij hebben geraspt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik raspte
jij raspte
hij raspte
wij raspten
jullie raspten
zij raspten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geraspt
jij had geraspt
hij had geraspt
wij hadden geraspt
jullie hadden geraspt
zij hadden geraspt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal raspen
jij zult raspen
hij zal raspen
wij zullen raspen
jullie zullen raspen
zij zullen raspen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geraspt hebben
jij zult geraspt hebben
hij zal geraspt hebben
wij zullen geraspt hebben
jullie zullen geraspt hebben
zij zullen geraspt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou raspen
jij zou raspen
hij zou raspen
wij zouden raspen
jullie zouden raspen
zij zouden raspen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geraspt hebben
jij zou geraspt hebben
hij zou geraspt hebben
wij zouden geraspt hebben
jullie zouden geraspt hebben
zij zouden geraspt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
rasp

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/raspen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English