NL: rapporterenSynoniemen: berichten, informeren, meedelen, meld, melden
DE: berichten, melden, mitteilen, erläutern, meldungmachen, sagen, wiedergeben
EN: report, inform, announce, state
FR: rapporter, faire savoir, raconter, communiquer, faire le compte rendu de, annoncer, faire connaître, rendre compte, déclarer, couvrir, relater
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerapporteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik rapporteer jij rapporteert hij rapporteert wij rapporteren jullie rapporteren zij rapporteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerapporteerd jij hebt gerapporteerd hij heeft gerapporteerd wij hebben gerapporteerd jullie hebben gerapporteerd zij hebben gerapporteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik rapporteerde jij rapporteerde hij rapporteerde wij rapporteerden jullie rapporteerden zij rapporteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerapporteerd jij had gerapporteerd hij had gerapporteerd wij hadden gerapporteerd jullie hadden gerapporteerd zij hadden gerapporteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal rapporteren jij zult rapporteren hij zal rapporteren wij zullen rapporteren jullie zullen rapporteren zij zullen rapporteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerapporteerd hebben jij zult gerapporteerd hebben hij zal gerapporteerd hebben wij zullen gerapporteerd hebben jullie zullen gerapporteerd hebben zij zullen gerapporteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou rapporteren jij zou rapporteren hij zou rapporteren wij zouden rapporteren jullie zouden rapporteren zij zouden rapporteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerapporteerd hebben jij zou gerapporteerd hebben hij zou gerapporteerd hebben wij zouden gerapporteerd hebben jullie zouden gerapporteerd hebben zij zouden gerapporteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
rapporteer
|