FR: rapporterNL: opleveren, opbrengen
EN: produce, bring in
| Participe Passé |
|
rapporté
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je rapporte tu rapportes il; elle rapporte nous rapportons vous rapportez ils; elles rapportent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai rapporté tu as rapporté il; elle a rapporté nous avons rapporté vous avez rapporté ils; elles ont rapporté
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je rapportais tu rapportais il; elle rapportait nous rapportions vous rapportiez ils; elles rapportaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais rapporté tu avais rapporté il; elle avait rapporté nous avions rapporté vous aviez rapporté ils; elles avaient rapporté
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je rapportai tu rapportas il; elle rapporta nous rapportâmes vous rapportâtes ils; elles rapportèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus rapporté tu eus rapporté il; elle eut rapporté nous eûmes rapporté vous eûtes rapporté ils; elles eurent rapporté
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je rapporterai tu rapporteras il; elle rapportera nous rapporterons vous rapporterez ils; elles rapporteront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai rapporté tu auras rapporté il; elle aura rapporté nous aurons rapporté vous aurez rapporté ils; elles auront rapporté
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je rapporte tu rapportes il; elle rapporte nous rapportions vous rapportiez ils; elles rapportent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie rapporté tu aies rapporté il; elle ait rapporté nous ayons rapporté vous ayez rapporté ils; elles aient rapporté
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je rapportasse tu rapportasses il; elle rapportât nous rapportassions vous rapportassiez ils; elles rapportassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse rapporté tu eusses rapporté il; elle eût rapporté nous eussions rapporté vous eussiez rapporté ils; elles eussent rapporté
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je rapporterais tu rapporterais il; elle rapporterait nous rapporterions vous rapporteriez ils; elles rapporteraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais rapporté tu aurais rapporté il; elle aurait rapporté nous aurions rapporté vous auriez rapporté ils; elles auraient rapporté
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) rapporte, (nous) rapportons (vous) rapportez
|