NL: rantsoenerenSynoniemen: distribueren, exploiteren, beheren
ES: distribuir, racionar
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerantsoeneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik rantsoeneer jij rantsoeneert hij rantsoeneert wij rantsoeneren jullie rantsoeneren zij rantsoeneren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerantsoeneerd jij hebt gerantsoeneerd hij heeft gerantsoeneerd wij hebben gerantsoeneerd jullie hebben gerantsoeneerd zij hebben gerantsoeneerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik rantsoeneerde jij rantsoeneerde hij rantsoeneerde wij rantsoeneerden jullie rantsoeneerden zij rantsoeneerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerantsoeneerd jij had gerantsoeneerd hij had gerantsoeneerd wij hadden gerantsoeneerd jullie hadden gerantsoeneerd zij hadden gerantsoeneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal rantsoeneren jij zult rantsoeneren hij zal rantsoeneren wij zullen rantsoeneren jullie zullen rantsoeneren zij zullen rantsoeneren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerantsoeneerd hebben jij zult gerantsoeneerd hebben hij zal gerantsoeneerd hebben wij zullen gerantsoeneerd hebben jullie zullen gerantsoeneerd hebben zij zullen gerantsoeneerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou rantsoeneren jij zou rantsoeneren hij zou rantsoeneren wij zouden rantsoeneren jullie zouden rantsoeneren zij zouden rantsoeneren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerantsoeneerd hebben jij zou gerantsoeneerd hebben hij zou gerantsoeneerd hebben wij zouden gerantsoeneerd hebben jullie zouden gerantsoeneerd hebben zij zouden gerantsoeneerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
rantsoeneer
|