NL: randenSynoniemen: kanten, richels
DE: die Ränder, die Säume
EN: the edges, the borders
ES: el marcos, el bordes
FR: la bandes, la jantes, le bords
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerand
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik rand jij randt hij randt wij randen jullie randen zij randen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben gerand jij bent gerand hij is gerand wij zijn gerand jullie zijn gerand zij zijn gerand
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik randde jij randde hij randde wij randden jullie randden zij randden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was gerand jij was gerand hij was gerand wij waren gerand jullie waren gerand zij waren gerand
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal randen jij zult randen hij zal randen wij zullen randen jullie zullen randen zij zullen randen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerand zijn jij zult gerand zijn hij zal gerand zijn wij zullen gerand zijn jullie zullen gerand zijn zij zullen gerand zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou randen jij zou randen hij zou randen wij zouden randen jullie zouden randen zij zouden randen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerand zijn jij zou gerand zijn hij zou gerand zijn wij zouden gerand zijn jullie zouden gerand zijn zij zouden gerand zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
rand
|