Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

rammelen vervoegen




NL: rammelen
Synoniemen: klepperen, kletteren, knorren, niet deugen, schudden

DE: rammelen (honger hebben): Hunger haben, rumoren
EN: rammelen (honger hebben): starve
FR: rammelen (honger hebben): avoir faim, crever de faim

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gerammeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik rammel
jij rammelt
hij rammelt
wij rammelen
jullie rammelen
zij rammelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gerammeld
jij hebt gerammeld
hij heeft gerammeld
wij hebben gerammeld
jullie hebben gerammeld
zij hebben gerammeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik rammelde
jij rammelde
hij rammelde
wij rammelden
jullie rammelden
zij rammelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gerammeld
jij had gerammeld
hij had gerammeld
wij hadden gerammeld
jullie hadden gerammeld
zij hadden gerammeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal rammelen
jij zult rammelen
hij zal rammelen
wij zullen rammelen
jullie zullen rammelen
zij zullen rammelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gerammeld hebben
jij zult gerammeld hebben
hij zal gerammeld hebben
wij zullen gerammeld hebben
jullie zullen gerammeld hebben
zij zullen gerammeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou rammelen
jij zou rammelen
hij zou rammelen
wij zouden rammelen
jullie zouden rammelen
zij zouden rammelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gerammeld hebben
jij zou gerammeld hebben
hij zou gerammeld hebben
wij zouden gerammeld hebben
jullie zouden gerammeld hebben
zij zouden gerammeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
rammel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/rammelen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald