NL: rakenSynoniemen: aangaan, aanraken, beïnvloeden, beroeren, betreffen, grenzen, meeslepen, ontroeren, terechtkomen, treffen, , toucheren, aankomen
DE: treffen, schlagen, rühren, berühren, erregen, besiegen, antun, betreffen, bewegen
EN: strike, hit, affect, concern, touch, move
ES: pegar, tomar, alcanzar, mover, golpear, batir, azotar, adoptar, emocionar, dar golpes, encontrar, revolver, conmover, tener suerte, comer un peón
FR: toucher, atteindre, battre
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geraakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik raak jij raakt hij raakt wij raken jullie raken zij raken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geraakt jij hebt geraakt hij heeft geraakt wij hebben geraakt jullie hebben geraakt zij hebben geraakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik raakte jij raakte hij raakte wij raakten jullie raakten zij raakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geraakt jij had geraakt hij had geraakt wij hadden geraakt jullie hadden geraakt zij hadden geraakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal raken jij zult raken hij zal raken wij zullen raken jullie zullen raken zij zullen raken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geraakt hebben jij zult geraakt hebben hij zal geraakt hebben wij zullen geraakt hebben jullie zullen geraakt hebben zij zullen geraakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou raken jij zou raken hij zou raken wij zouden raken jullie zouden raken zij zouden raken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geraakt hebben jij zou geraakt hebben hij zou geraakt hebben wij zouden geraakt hebben jullie zouden geraakt hebben zij zouden geraakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
raak
|