Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

railleren vervoegen




NL: railleren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gerailleerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik railleer
jij railleert
hij railleert
wij railleren
jullie railleren
zij railleren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gerailleerd
jij hebt gerailleerd
hij heeft gerailleerd
wij hebben gerailleerd
jullie hebben gerailleerd
zij hebben gerailleerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik railleerde
jij railleerde
hij railleerde
wij railleerden
jullie railleerden
zij railleerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gerailleerd
jij had gerailleerd
hij had gerailleerd
wij hadden gerailleerd
jullie hadden gerailleerd
zij hadden gerailleerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal railleren
jij zult railleren
hij zal railleren
wij zullen railleren
jullie zullen railleren
zij zullen railleren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gerailleerd hebben
jij zult gerailleerd hebben
hij zal gerailleerd hebben
wij zullen gerailleerd hebben
jullie zullen gerailleerd hebben
zij zullen gerailleerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou railleren
jij zou railleren
hij zou railleren
wij zouden railleren
jullie zouden railleren
zij zouden railleren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gerailleerd hebben
jij zou gerailleerd hebben
hij zou gerailleerd hebben
wij zouden gerailleerd hebben
jullie zouden gerailleerd hebben
zij zouden gerailleerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
railleer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/railleren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald