MWB Online woordenboek
 

Vertalen

Woorden (Hoofdpagina)
Tekst
Vaakst vertaald

Ontspanning

Puzzelwoorden
Woordspellen
Rijmwoordenboek

Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

Spelling

Spellingalfabet
Goed en Fout
Spellingcontrole

Varia

Dialecten
Encyclopedie
Symbolen en ALT-codes
Tellen in andere talen
Themawoordenboeken
This site in English

Taalportalen

NL | DE | EN | ES | FR

De website

Partners | Contact | Privacy

Vervoegen: rafelen

NL: rafelen

NL: rafelen
Synoniemen: pluizen

DE: fasern, zerfasern
EN: fray, ravel out, unravel
FR: s'effilocher, s'effiler, s'érailler
Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gerafeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik rafel
jij rafelt
hij rafelt
wij rafelen
jullie rafelen
zij rafelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gerafeld
jij hebt gerafeld
hij heeft gerafeld
wij hebben gerafeld
jullie hebben gerafeld
zij hebben gerafeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik rafelde
jij rafelde
hij rafelde
wij rafelden
jullie rafelden
zij rafelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gerafeld
jij had gerafeld
hij had gerafeld
wij hadden gerafeld
jullie hadden gerafeld
zij hadden gerafeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal rafelen
jij zult rafelen
hij zal rafelen
wij zullen rafelen
jullie zullen rafelen
zij zullen rafelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gerafeld hebben
jij zult gerafeld hebben
hij zal gerafeld hebben
wij zullen gerafeld hebben
jullie zullen gerafeld hebben
zij zullen gerafeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou rafelen
jij zou rafelen
hij zou rafelen
wij zouden rafelen
jullie zouden rafelen
zij zouden rafelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gerafeld hebben
jij zou gerafeld hebben
hij zou gerafeld hebben
wij zouden gerafeld hebben
jullie zouden gerafeld hebben
zij zouden gerafeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
rafel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/rafelen


Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Vervoeg

Typ een werkwoordsvorm in en klik op de `Vervoeg` knop.

Vertalen

Naar

Spelling (woord)

Vervoegen

Synoniemen

Werkwoord vervoegen

Van Dale taalweb
© Mijnwoordenboek 2008