FR: radioguider| Participe Passé |
|
radioguidé
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je radioguide tu radioguides il; elle radioguide nous radioguidons vous radioguidez ils; elles radioguident
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai radioguidé tu as radioguidé il; elle a radioguidé nous avons radioguidé vous avez radioguidé ils; elles ont radioguidé
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je radioguidais tu radioguidais il; elle radioguidait nous radioguidions vous radioguidiez ils; elles radioguidaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais radioguidé tu avais radioguidé il; elle avait radioguidé nous avions radioguidé vous aviez radioguidé ils; elles avaient radioguidé
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je radioguidai tu radioguidas il; elle radioguida nous radioguidâmes vous radioguidâtes ils; elles radioguidèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus radioguidé tu eus radioguidé il; elle eut radioguidé nous eûmes radioguidé vous eûtes radioguidé ils; elles eurent radioguidé
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je radioguiderai tu radioguideras il; elle radioguidera nous radioguiderons vous radioguiderez ils; elles radioguideront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai radioguidé tu auras radioguidé il; elle aura radioguidé nous aurons radioguidé vous aurez radioguidé ils; elles auront radioguidé
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je radioguide tu radioguides il; elle radioguide nous radioguidions vous radioguidiez ils; elles radioguident
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie radioguidé tu aies radioguidé il; elle ait radioguidé nous ayons radioguidé vous ayez radioguidé ils; elles aient radioguidé
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je radioguidasse tu radioguidasses il; elle radioguidât nous radioguidassions vous radioguidassiez ils; elles radioguidassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse radioguidé tu eusses radioguidé il; elle eût radioguidé nous eussions radioguidé vous eussiez radioguidé ils; elles eussent radioguidé
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je radioguiderais tu radioguiderais il; elle radioguiderait nous radioguiderions vous radioguideriez ils; elles radioguideraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais radioguidé tu aurais radioguidé il; elle aurait radioguidé nous aurions radioguidé vous auriez radioguidé ils; elles auraient radioguidé
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) radioguide, (nous) radioguidons (vous) radioguidez
|