Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

racquitter vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





FR: racquitter
Participe Passé
racquitté
Indicatif Présent
ott, als in `ik ga`
je racquitte
tu racquittes
il; elle racquitte
nous racquittons
vous racquittez
ils; elles racquittent
Indicatif Passé Composé
Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen.
j`ai racquitté
tu as racquitté
il; elle a racquitté
nous avons racquitté
vous avez racquitté
ils; elles ont racquitté
Indicatif Imparfait
ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was.
je racquittais
tu racquittais
il; elle racquittait
nous racquittions
vous racquittiez
ils; elles racquittaient
Indicatif Plus-Que-Parfait
Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan`
j`avais racquitté
tu avais racquitté
il; elle avait racquitté
nous avions racquitté
vous aviez racquitté
ils; elles avaient racquitté
Indicatif Passé Simple
vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
je racquittai
tu racquittas
il; elle racquitta
nous racquittâmes
vous racquittâtes
ils; elles racquittèrent
Indicatif Passé Antérieur
vvtt, als in `ik zou gegaan zijn`
j`eus racquitté
tu eus racquitté
il; elle eut racquitté
nous eûmes racquitté
vous eûtes racquitté
ils; elles eurent racquitté
Indicatif Futur Simple
ottt, als in `ik zal gaan`
je racquitterai
tu racquitteras
il; elle racquittera
nous racquitterons
vous racquitterez
ils; elles racquitteront
Indicatif Futur Antérieur
vttt, als in `Ik zal gegaan zijn`
j`aurai racquitté
tu auras racquitté
il; elle aura racquitté
nous aurons racquitté
vous aurez racquitté
ils; elles auront racquitté
Subjonctif Présent
Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn
je racquitte
tu racquittes
il; elle racquitte
nous racquittions
vous racquittiez
ils; elles racquittent
Subjonctif Passé
Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal.
j`aie racquitté
tu aies racquitté
il; elle ait racquitté
nous ayons racquitté
vous ayez racquitté
ils; elles aient racquitté
Subjonctif Imparfait
Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was
je racquittasse
tu racquittasses
il; elle racquittât
nous racquittassions
vous racquittassiez
ils; elles racquittassent
Subjonctif Plus-Que-Parfait
Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal.
j`eusse racquitté
tu eusses racquitté
il; elle eût racquitté
nous eussions racquitté
vous eussiez racquitté
ils; elles eussent racquitté
Conditionnel Présent
ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan`
je racquitterais
tu racquitterais
il; elle racquitterait
nous racquitterions
vous racquitteriez
ils; elles racquitteraient
Conditionnel Passé
vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn`
j`aurais racquitté
tu aurais racquitté
il; elle aurait racquitté
nous aurions racquitté
vous auriez racquitté
ils; elles auraient racquitté
Impératif Présent
gebiedende wijs als in `Ga!`
(tu) racquitte, (nous) racquittons
(vous) racquittez

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/racquitter

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English