NL: raadplegenSynoniemen: bestuderen, consulteren
DE: raadplegen (consulteren): konsultieren, heranziehen, zu Rate ziehen, hinzuziehen
EN: raadplegen (consulteren): consult, seek
ES: raadplegen (consulteren): consultar, asesorarse
FR: raadplegen (consulteren): consulter, demander conseil à
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geraadpleegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik raadpleeg jij raadpleegt hij raadpleegt wij raadplegen jullie raadplegen zij raadplegen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geraadpleegd jij hebt geraadpleegd hij heeft geraadpleegd wij hebben geraadpleegd jullie hebben geraadpleegd zij hebben geraadpleegd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik raadpleegde jij raadpleegde hij raadpleegde wij raadpleegden jullie raadpleegden zij raadpleegden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geraadpleegd jij had geraadpleegd hij had geraadpleegd wij hadden geraadpleegd jullie hadden geraadpleegd zij hadden geraadpleegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal raadplegen jij zult raadplegen hij zal raadplegen wij zullen raadplegen jullie zullen raadplegen zij zullen raadplegen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geraadpleegd hebben jij zult geraadpleegd hebben hij zal geraadpleegd hebben wij zullen geraadpleegd hebben jullie zullen geraadpleegd hebben zij zullen geraadpleegd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou raadplegen jij zou raadplegen hij zou raadplegen wij zouden raadplegen jullie zouden raadplegen zij zouden raadplegen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geraadpleegd hebben jij zou geraadpleegd hebben hij zou geraadpleegd hebben wij zouden geraadpleegd hebben jullie zouden geraadpleegd hebben zij zouden geraadpleegd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
raadpleeg
|