Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

röntgenen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: röntgenen

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geröntgend
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik röntgen
jij röntgent
hij röntgent
wij röntgenen
jullie röntgenen
zij röntgenen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geröntgend
jij hebt geröntgend
hij heeft geröntgend
wij hebben geröntgend
jullie hebben geröntgend
zij hebben geröntgend
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik röntgende
jij röntgende
hij röntgende
wij röntgenden
jullie röntgenden
zij röntgenden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geröntgend
jij had geröntgend
hij had geröntgend
wij hadden geröntgend
jullie hadden geröntgend
zij hadden geröntgend
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal röntgenen
jij zult röntgenen
hij zal röntgenen
wij zullen röntgenen
jullie zullen röntgenen
zij zullen röntgenen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geröntgend hebben
jij zult geröntgend hebben
hij zal geröntgend hebben
wij zullen geröntgend hebben
jullie zullen geröntgend hebben
zij zullen geröntgend hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou röntgenen
jij zou röntgenen
hij zou röntgenen
wij zouden röntgenen
jullie zouden röntgenen
zij zouden röntgenen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geröntgend hebben
jij zou geröntgend hebben
hij zou geröntgend hebben
wij zouden geröntgend hebben
jullie zouden geröntgend hebben
zij zouden geröntgend hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
röntgen

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/röntgenen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English