EN: to quitNL: opgeven, afhaken, afvallen, afzien van, eruitstappen, ophouden, stoppen, afzeggen
DE: ausfallen, ausscheiden, abfallen, loshaken, loskoppeln, abhängen, abtrennen, entkoppeln, abkoppeln
ES: dejar, parar, salir de, salir, abandonar, soltar, desprenderse, retirarse, dejar de, desvincular, desentenderse, desenganchar, desemprender, quedar eliminado
FR: détacher, abandonner, être éliminé, décrocher, débrancher, dételer, défaire, déserter, dévisser, déconnecter, débrayer, dégrafer
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
quitting
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I quit you quit he quits we quit you quit they quit
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have quitted; quit you have quitted; quit he has quitted; quit we have quitted; quit you have quitted; quit they have quitted; quit
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I quitted; quit you quitted; quit he quitted; quit we quitted; quit you quitted; quit they quitted; quit
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had quitted; quit you had quitted; quit he had quitted; quit we had quitted; quit you had quitted; quit they had quitted; quit
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will quit you will quit he will quit we will quit you will quit they will quit
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have quitted; quit you will have quitted; quit he will have quitted; quit we will have quitted; quit you will have quitted; quit they will have quitted; quit
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would quit you would quit he would quit we would quit you would quit they would quit
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have quitted; quit you would have quitted; quit he would have quitted; quit we would have quitted; quit you would have quitted; quit they would have quitted; quit
|