NL: quadrilleren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gequadrilleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik quadrilleer jij quadrilleert hij quadrilleert wij quadrilleren jullie quadrilleren zij quadrilleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gequadrilleerd jij hebt gequadrilleerd hij heeft gequadrilleerd wij hebben gequadrilleerd jullie hebben gequadrilleerd zij hebben gequadrilleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik quadrilleerde jij quadrilleerde hij quadrilleerde wij quadrilleerden jullie quadrilleerden zij quadrilleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gequadrilleerd jij had gequadrilleerd hij had gequadrilleerd wij hadden gequadrilleerd jullie hadden gequadrilleerd zij hadden gequadrilleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal quadrilleren jij zult quadrilleren hij zal quadrilleren wij zullen quadrilleren jullie zullen quadrilleren zij zullen quadrilleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gequadrilleerd hebben jij zult gequadrilleerd hebben hij zal gequadrilleerd hebben wij zullen gequadrilleerd hebben jullie zullen gequadrilleerd hebben zij zullen gequadrilleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou quadrilleren jij zou quadrilleren hij zou quadrilleren wij zouden quadrilleren jullie zouden quadrilleren zij zouden quadrilleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gequadrilleerd hebben jij zou gequadrilleerd hebben hij zou gequadrilleerd hebben wij zouden gequadrilleerd hebben jullie zouden gequadrilleerd hebben zij zouden gequadrilleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
quadrilleer
|