Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

puzzelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: puzzelen
DE: grübeln, brüten, nachdenken, hin und her überlegen
EN: puzzle, do jigsaw puzzles, solve crossword puzzles
ES: armar un rompecabezas, montar un rompecabezas, hacer crucigramas
FR: faire des puzzles, faire des mots croisés

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gepuzzeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik puzzel
jij puzzelt
hij puzzelt
wij puzzelen
jullie puzzelen
zij puzzelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gepuzzeld
jij hebt gepuzzeld
hij heeft gepuzzeld
wij hebben gepuzzeld
jullie hebben gepuzzeld
zij hebben gepuzzeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik puzzelde
jij puzzelde
hij puzzelde
wij puzzelden
jullie puzzelden
zij puzzelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gepuzzeld
jij had gepuzzeld
hij had gepuzzeld
wij hadden gepuzzeld
jullie hadden gepuzzeld
zij hadden gepuzzeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal puzzelen
jij zult puzzelen
hij zal puzzelen
wij zullen puzzelen
jullie zullen puzzelen
zij zullen puzzelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gepuzzeld hebben
jij zult gepuzzeld hebben
hij zal gepuzzeld hebben
wij zullen gepuzzeld hebben
jullie zullen gepuzzeld hebben
zij zullen gepuzzeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou puzzelen
jij zou puzzelen
hij zou puzzelen
wij zouden puzzelen
jullie zouden puzzelen
zij zouden puzzelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gepuzzeld hebben
jij zou gepuzzeld hebben
hij zou gepuzzeld hebben
wij zouden gepuzzeld hebben
jullie zouden gepuzzeld hebben
zij zouden gepuzzeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
puzzel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/puzzelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English