NL: purgerenSynoniemen: laxeren
EN: purgeren (laxeren): open the bowels
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepurgeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik purgeer jij purgeert hij purgeert wij purgeren jullie purgeren zij purgeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepurgeerd jij hebt gepurgeerd hij heeft gepurgeerd wij hebben gepurgeerd jullie hebben gepurgeerd zij hebben gepurgeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik purgeerde jij purgeerde hij purgeerde wij purgeerden jullie purgeerden zij purgeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepurgeerd jij had gepurgeerd hij had gepurgeerd wij hadden gepurgeerd jullie hadden gepurgeerd zij hadden gepurgeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal purgeren jij zult purgeren hij zal purgeren wij zullen purgeren jullie zullen purgeren zij zullen purgeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepurgeerd hebben jij zult gepurgeerd hebben hij zal gepurgeerd hebben wij zullen gepurgeerd hebben jullie zullen gepurgeerd hebben zij zullen gepurgeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou purgeren jij zou purgeren hij zou purgeren wij zouden purgeren jullie zouden purgeren zij zouden purgeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepurgeerd hebben jij zou gepurgeerd hebben hij zou gepurgeerd hebben wij zouden gepurgeerd hebben jullie zouden gepurgeerd hebben zij zouden gepurgeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
purgeer
|