NL: puntenSynoniemen: aanpunten, bijknippen, kiemen, slijpen
EN: sharpen, sharpen one's pencil
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepunt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik punt jij punt hij punt wij punten jullie punten zij punten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepunt jij hebt gepunt hij heeft gepunt wij hebben gepunt jullie hebben gepunt zij hebben gepunt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik puntte jij puntte hij puntte wij puntten jullie puntten zij puntten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepunt jij had gepunt hij had gepunt wij hadden gepunt jullie hadden gepunt zij hadden gepunt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal punten jij zult punten hij zal punten wij zullen punten jullie zullen punten zij zullen punten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepunt hebben jij zult gepunt hebben hij zal gepunt hebben wij zullen gepunt hebben jullie zullen gepunt hebben zij zullen gepunt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou punten jij zou punten hij zou punten wij zouden punten jullie zouden punten zij zouden punten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepunt hebben jij zou gepunt hebben hij zou gepunt hebben wij zouden gepunt hebben jullie zouden gepunt hebben zij zouden gepunt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
punt
|