NL: pulserenSynoniemen: golven, kloppen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepulseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pulseer jij pulseert hij pulseert wij pulseren jullie pulseren zij pulseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepulseerd jij hebt gepulseerd hij heeft gepulseerd wij hebben gepulseerd jullie hebben gepulseerd zij hebben gepulseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pulseerde jij pulseerde hij pulseerde wij pulseerden jullie pulseerden zij pulseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepulseerd jij had gepulseerd hij had gepulseerd wij hadden gepulseerd jullie hadden gepulseerd zij hadden gepulseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal pulseren jij zult pulseren hij zal pulseren wij zullen pulseren jullie zullen pulseren zij zullen pulseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepulseerd hebben jij zult gepulseerd hebben hij zal gepulseerd hebben wij zullen gepulseerd hebben jullie zullen gepulseerd hebben zij zullen gepulseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou pulseren jij zou pulseren hij zou pulseren wij zouden pulseren jullie zouden pulseren zij zouden pulseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepulseerd hebben jij zou gepulseerd hebben hij zou gepulseerd hebben wij zouden gepulseerd hebben jullie zouden gepulseerd hebben zij zouden gepulseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pulseer
|