NL: propaganderen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepropagandeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik propagandeer jij propagandeert hij propagandeert wij propaganderen jullie propaganderen zij propaganderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepropagandeerd jij hebt gepropagandeerd hij heeft gepropagandeerd wij hebben gepropagandeerd jullie hebben gepropagandeerd zij hebben gepropagandeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik propagandeerde jij propagandeerde hij propagandeerde wij propagandeerden jullie propagandeerden zij propagandeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepropagandeerd jij had gepropagandeerd hij had gepropagandeerd wij hadden gepropagandeerd jullie hadden gepropagandeerd zij hadden gepropagandeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal propaganderen jij zult propaganderen hij zal propaganderen wij zullen propaganderen jullie zullen propaganderen zij zullen propaganderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepropagandeerd hebben jij zult gepropagandeerd hebben hij zal gepropagandeerd hebben wij zullen gepropagandeerd hebben jullie zullen gepropagandeerd hebben zij zullen gepropagandeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou propaganderen jij zou propaganderen hij zou propaganderen wij zouden propaganderen jullie zouden propaganderen zij zouden propaganderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepropagandeerd hebben jij zou gepropagandeerd hebben hij zou gepropagandeerd hebben wij zouden gepropagandeerd hebben jullie zouden gepropagandeerd hebben zij zouden gepropagandeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
propagandeer
|