NL: proostenSynoniemen: aanstoten, klinken
DE: anstoßen
EN: toast
ES: brindar
FR: trinquer, faire tchin-tchin
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geproost
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik proost jij proost hij proost wij proosten jullie proosten zij proosten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geproost jij hebt geproost hij heeft geproost wij hebben geproost jullie hebben geproost zij hebben geproost
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik proostte jij proostte hij proostte wij proostten jullie proostten zij proostten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geproost jij had geproost hij had geproost wij hadden geproost jullie hadden geproost zij hadden geproost
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal proosten jij zult proosten hij zal proosten wij zullen proosten jullie zullen proosten zij zullen proosten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geproost hebben jij zult geproost hebben hij zal geproost hebben wij zullen geproost hebben jullie zullen geproost hebben zij zullen geproost hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou proosten jij zou proosten hij zou proosten wij zouden proosten jullie zouden proosten zij zouden proosten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geproost hebben jij zou geproost hebben hij zou geproost hebben wij zouden geproost hebben jullie zouden geproost hebben zij zouden geproost hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
proost
|