NL: programmerenDE: programmieren
EN: program
FR: programmer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geprogrammeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik programmeer jij programmeert hij programmeert wij programmeren jullie programmeren zij programmeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geprogrammeerd jij hebt geprogrammeerd hij heeft geprogrammeerd wij hebben geprogrammeerd jullie hebben geprogrammeerd zij hebben geprogrammeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik programmeerde jij programmeerde hij programmeerde wij programmeerden jullie programmeerden zij programmeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geprogrammeerd jij had geprogrammeerd hij had geprogrammeerd wij hadden geprogrammeerd jullie hadden geprogrammeerd zij hadden geprogrammeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal programmeren jij zult programmeren hij zal programmeren wij zullen programmeren jullie zullen programmeren zij zullen programmeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geprogrammeerd hebben jij zult geprogrammeerd hebben hij zal geprogrammeerd hebben wij zullen geprogrammeerd hebben jullie zullen geprogrammeerd hebben zij zullen geprogrammeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou programmeren jij zou programmeren hij zou programmeren wij zouden programmeren jullie zouden programmeren zij zouden programmeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geprogrammeerd hebben jij zou geprogrammeerd hebben hij zou geprogrammeerd hebben wij zouden geprogrammeerd hebben jullie zouden geprogrammeerd hebben zij zouden geprogrammeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
programmeer
|