Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

programmeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: programmeren
DE: programmieren
EN: program
FR: programmer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geprogrammeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik programmeer
jij programmeert
hij programmeert
wij programmeren
jullie programmeren
zij programmeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geprogrammeerd
jij hebt geprogrammeerd
hij heeft geprogrammeerd
wij hebben geprogrammeerd
jullie hebben geprogrammeerd
zij hebben geprogrammeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik programmeerde
jij programmeerde
hij programmeerde
wij programmeerden
jullie programmeerden
zij programmeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geprogrammeerd
jij had geprogrammeerd
hij had geprogrammeerd
wij hadden geprogrammeerd
jullie hadden geprogrammeerd
zij hadden geprogrammeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal programmeren
jij zult programmeren
hij zal programmeren
wij zullen programmeren
jullie zullen programmeren
zij zullen programmeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geprogrammeerd hebben
jij zult geprogrammeerd hebben
hij zal geprogrammeerd hebben
wij zullen geprogrammeerd hebben
jullie zullen geprogrammeerd hebben
zij zullen geprogrammeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou programmeren
jij zou programmeren
hij zou programmeren
wij zouden programmeren
jullie zouden programmeren
zij zouden programmeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geprogrammeerd hebben
jij zou geprogrammeerd hebben
hij zou geprogrammeerd hebben
wij zouden geprogrammeerd hebben
jullie zouden geprogrammeerd hebben
zij zouden geprogrammeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
programmeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/programmeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English