Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

profiteren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: profiteren
Synoniemen: gebruikmaken, voordetrekken

DE: profiteren (voordeel trekken): profitieren
EN: profiteren (voordeel trekken): take advantage of, exploit
ES: profiteren (voordeel trekken): aprovecharse de, aprovechar, explotar, sacar provecho de
FR: profiteren (voordeel trekken): profiter de qc, faire valoir, tirer profit de, exploiter, tirer parti de, faire son profit de

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geprofiteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik profiteer
jij profiteert
hij profiteert
wij profiteren
jullie profiteren
zij profiteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geprofiteerd
jij hebt geprofiteerd
hij heeft geprofiteerd
wij hebben geprofiteerd
jullie hebben geprofiteerd
zij hebben geprofiteerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik profiteerde
jij profiteerde
hij profiteerde
wij profiteerden
jullie profiteerden
zij profiteerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geprofiteerd
jij had geprofiteerd
hij had geprofiteerd
wij hadden geprofiteerd
jullie hadden geprofiteerd
zij hadden geprofiteerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal profiteren
jij zult profiteren
hij zal profiteren
wij zullen profiteren
jullie zullen profiteren
zij zullen profiteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geprofiteerd hebben
jij zult geprofiteerd hebben
hij zal geprofiteerd hebben
wij zullen geprofiteerd hebben
jullie zullen geprofiteerd hebben
zij zullen geprofiteerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou profiteren
jij zou profiteren
hij zou profiteren
wij zouden profiteren
jullie zouden profiteren
zij zouden profiteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geprofiteerd hebben
jij zou geprofiteerd hebben
hij zou geprofiteerd hebben
wij zouden geprofiteerd hebben
jullie zouden geprofiteerd hebben
zij zouden geprofiteerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
profiteer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/profiteren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English