NL: profiterenSynoniemen: gebruikmaken, voordetrekken
DE: profiteren (voordeel trekken): profitieren
EN: profiteren (voordeel trekken): take advantage of, exploit
ES: profiteren (voordeel trekken): aprovecharse de, aprovechar, explotar, sacar provecho de
FR: profiteren (voordeel trekken): profiter de qc, faire valoir, tirer profit de, exploiter, tirer parti de, faire son profit de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geprofiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik profiteer jij profiteert hij profiteert wij profiteren jullie profiteren zij profiteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geprofiteerd jij hebt geprofiteerd hij heeft geprofiteerd wij hebben geprofiteerd jullie hebben geprofiteerd zij hebben geprofiteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik profiteerde jij profiteerde hij profiteerde wij profiteerden jullie profiteerden zij profiteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geprofiteerd jij had geprofiteerd hij had geprofiteerd wij hadden geprofiteerd jullie hadden geprofiteerd zij hadden geprofiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal profiteren jij zult profiteren hij zal profiteren wij zullen profiteren jullie zullen profiteren zij zullen profiteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geprofiteerd hebben jij zult geprofiteerd hebben hij zal geprofiteerd hebben wij zullen geprofiteerd hebben jullie zullen geprofiteerd hebben zij zullen geprofiteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou profiteren jij zou profiteren hij zou profiteren wij zouden profiteren jullie zouden profiteren zij zouden profiteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geprofiteerd hebben jij zou geprofiteerd hebben hij zou geprofiteerd hebben wij zouden geprofiteerd hebben jullie zouden geprofiteerd hebben zij zouden geprofiteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
profiteer
|