Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

produceren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: produceren
Synoniemen: overleggen, vervaardigen, fabriceren, voortbrengen, maken, vervaardiging, aanmaken

DE: produceren (vervaardigen): produzieren, machen, herstellen, verfertigen, verfassen, entwickeln, anfertigen, fertigbringen, fabrizieren, erzeugen, vorbringen, zeugen
EN: produceren (vervaardigen): manufacture, produce, construct, fabricate, make
ES: produceren (vervaardigen): producir, hacer, fabricar, elaborar
FR: produceren (vervaardigen): produire, fabriquer, créer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geproduceerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik produceer
jij produceert
hij produceert
wij produceren
jullie produceren
zij produceren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geproduceerd
jij hebt geproduceerd
hij heeft geproduceerd
wij hebben geproduceerd
jullie hebben geproduceerd
zij hebben geproduceerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik produceerde
jij produceerde
hij produceerde
wij produceerden
jullie produceerden
zij produceerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geproduceerd
jij had geproduceerd
hij had geproduceerd
wij hadden geproduceerd
jullie hadden geproduceerd
zij hadden geproduceerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal produceren
jij zult produceren
hij zal produceren
wij zullen produceren
jullie zullen produceren
zij zullen produceren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geproduceerd hebben
jij zult geproduceerd hebben
hij zal geproduceerd hebben
wij zullen geproduceerd hebben
jullie zullen geproduceerd hebben
zij zullen geproduceerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou produceren
jij zou produceren
hij zou produceren
wij zouden produceren
jullie zouden produceren
zij zouden produceren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geproduceerd hebben
jij zou geproduceerd hebben
hij zou geproduceerd hebben
wij zouden geproduceerd hebben
jullie zouden geproduceerd hebben
zij zouden geproduceerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
produceer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/produceren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English